Bedrijfsmatige taxatie: BAR, NAR en DCF (geen NWWI-taxatie)

Voor een verhuurhypotheek is een taxatie nodig – maar niet de taxatie die je kent van een eigen-woning-hypotheek. Bij zelfbewoning wordt meestal een NWWI-taxatie gebruikt, gebaseerd op vergelijkbare verkooptransacties in de buurt. Bij verhuurd vastgoed telt vooral wat het pand aan huurinkomsten oplevert – dat vraagt om een bedrijfsmatige (beleggings)taxatie.

Rendementswaarde in plaats van vergelijkingswaarde

Een bedrijfsmatige taxateur bepaalt de marktwaarde in verhuurde staat met een rendementsmethode, meestal een van deze:

  • BAR (Bruto Aanvangsrendement): jaarhuur gedeeld door de marktwaarde, uitgedrukt in een percentage – hoe lager de BAR, hoe hoger de waardering ten opzichte van de huur.
  • NAR (Netto Aanvangsrendement): vergelijkbaar met BAR, maar dan op basis van het netto huurrendement na exploitatiekosten.
  • DCF (Discounted Cash Flow): de contante waarde van de verwachte toekomstige huurinkomsten (en eventuele verkoopopbrengst) over een langere periode.

Zorg dat je vooraf een taxateur inschakelt die ervaring heeft met bedrijfsmatige/beleggingstaxaties voor verhuurd vastgoed – een gewone woningtaxateur is hier vaak niet toe bevoegd of ingericht, en de aanbieder zal een NWWI-taxatie voor dit doel meestal niet accepteren.